Mutaties bij de Agapornis fischeri

(Page revised 12-06-2007 )

Eigen mutaties

Gele zwartoog Gezoomd
EF gezoomd DF gezoomd
Dominant bont recessief bont
Mottle Slaty
Misty Euwing
Transmutaties
Blauw Pastel
Ino Violet

De eigen mutaties bij de fischeri zijn: de gele zwartoog, de gezoomde en de recessief bonte, de dominant bonte, de “mottle” (progressief bonte) en ten slotte de slaty.  Er zijn in de literatuur meldingen van een zuiver blauwe mutatie bij de fischeri in de Oostbloklanden en Amerika, maar feit is dat de blauwe fischeri welke hier te vinden is ontstaan is door transmutatie met de personatus. (top)

De gele zwartoog: (See picture)
Waar en wanneer deze mutatie ontstond is niet precies geweten.  Het vermoeden bestaat dat deze autosomaal recessieve mutant ontstond in Australië en daarna zou de volledige stam zijn uitgevoerd naar Zuid-Afrika.  De eerste beschrijvingen spraken van een gele vogel met grijze poten, donkere ogen en een witte stuit.  Over de manier van vererven heeft lange tijd twijfel over bestaan. Na enkele jaren experimenteren en kweekresultaten van o.a. Edwin Vloeberghen, Bodo Ochs, Koos Hammer, André van der Voorn, Jan verschoor en bij mijn vogels kwamen we tot  de conclusie dat deze mutatie in feite een multiple allelomorf is van het recessieve ino gen.  De originele gele zwartoog heeft een reductie van ongeveer 95% van het melanine in de bevedering.  Dat geeft een gele vogel met een licht groene gloed, een licht blauwe stuit, grijze poten en zwarte ogen.  Combinaties met ino geven dan de gele zwartoog met de witte stuit.  Combinaties met pastel geven een vlekkerig gele vogel (die hebben in tegenstelling met de combinatie PastelIno eerder grijze poten).  Het hoeft uiteraard niet gezegd dat er naar getracht moet worden om deze mutanten zuiver te kweken en alle combinaties met pastel en recessief ino moeten geweerd worden.  Gecombineerd met vogels uit de blauwreek geeft dat volledig witte vogels met lichtblauwe stuit en zwarte ogen.  Deze worden dan witte zwartoog genoemd.(top)

De gezoomde fischeri :
Deze mutatie vererft dominant en we hebben hier te maken met een eumelanine reductie in de bevedering.  Er zijn er duidelijke uiterlijke verschillen tussen enkelfactorige en dubbelfactorige vogels.  Maar we kunnen ook niet naast het feit kijken dat er soms een groot uiterlijk verschil is tussen de enkelfactorige vogels onderling. (top)

Enkelfactorig gezoomd (See picture)
We hebben al gesteld dat deze mutatie zorgt voor een eumelaninereductie en dat er een verschil bestaat tussen de mutanten onderling.  Niet alle EF (enkelfactorige) vogels zijn gelijk getekend, de reductie van het eumelanine is niet overal evenveel.  Dus moeten we ze proberen te kweken naar de standaardeis en dat is ongeveer een reductie van 50% op het lichaam en het vleugeldek iets donkerder.  Laat ons eerst opmerken dat het meestal de mannen zijn bij EF vogels die het mooiste patroon hebben, wat natuurlijk niet uitsluit dat er af en toe ook al betere poppen bij zitten.  Bij de beste exemplaren zien we dat op het vleugeldek de kern van de veren opbleekt.  Doordat de rand bijna zijn volledige groene kleur behoudt, krijgen we daardoor het zoomeffect.  De opbleking in de kern van de vleugeldekveren is in de beste gevallen +/- 40 à 50%.  Daardoor wordt de binnenkant van de veer 'heel lichtgroen' naar het gele toe, een soort druppeleffect.  Bij blauwe vogels zien we dat het vleugeldek 'lichtgrijze' vlekken vertoont.  De slagpennen en de poten zijn praktisch ongewijzigd van kleur.  De rest van het lichaam kent een egalere opbleking, doch hier zien we soms ook dat druppeleffect op de borstveren. Het masker blijft ongewijzigd van vorm en kleur.  Door deze opbleking is het bezit van een donkerfactor (dus D groene vogels) moeilijker te herkennen in de groenreeks.  In de blauwreeks hebben we dat probleem minder. 

Bij de minder getekende exemplaren zien we dat de reductie van het eumelanine heel miniem kan zijn en daardoor krijgen we (meestal bij de poppen) dikwijls gewoon iets doffere vogels.  Deze zijn daarom ook moeilijker herkenbaar als gezoomde vogels.  Dat gaf in het verleden dikwijls aanleiding tot het verspreiden van de geruchten dat sommige vogels split waren. Deze vogels zijn zeker geschikt als kweekvogels, als tentoonstellingsvogels uiteraard niet.  Daarom is het ook het beste om in de beginfase steeds te starten met een DF vogel.  Dan is men er steeds zeker van dat alle nakomelingen zeker EF zijn.  Vergissingen zijn zo uitgesloten.

Soms is er verwarring met pastel vogels, nochtans zijn er duidelijke verschillen. Pastels vererven eerst en vooral recessief.  Pastels hebben als standaardeis een opbleking van +/- 50% over het ganse lichaam.  Daardoor is niet alleen de lichaamskleur opgebleekt maar ook de slagpennen.  Deze zijn bij de beste exemplaren lichtgrijs en bij de slechtste gevallen zelfs al wit van kleur.  Bij de gezoomde vogels zijn de slagpennen praktisch nog volledig zwart van kleur en vertoont het vleugeldek de duidelijke druppelvorming.(top)

Dubbelfactorig gezoomd (See picture)
Deze vorm is zonder meer duidelijk herkenbaar.  Bij de groene vogels zien we dat we vuil gele vogels krijgen, met lichtgrijze slagpennen en nog een duidelijke 'schimmelvorming' aan de vleugelbocht en op de bovenzijde van het vleugeldek.  Het masker heeft dikwijls de neiging om wat kleiner te worden, maar moet volgens standaardeis even groot en ongewijzigd zijn tegenover de wildvorm.  De kleur van de poten blijft bijna ongewijzigd.  Bij vogels uit de blauwreeks hebben we heel lichtblauwe tot heel lichtgrijs ogende vogels met wit masker en duidelijke schimmelvorming boven op de vleugels.  Poten uiteraard ook bijna ongewijzigd van kleur. PastelIno vogels kunnen ook heel erg opgebleekt zijn, maar deze hebben compleet witte slagpennen en zijn eerder vlekkerig.  Dus hier kan ook geen twijfel over bestaan.  Hier kunnen we niet stellen dat er een onderscheid kan gemaakt worden tussen sommige mannen en poppen. (top)

Dominant bont (See picture)
Bij deze vogels zien we dat op het lichaam de grootste eumelanine reductie plaats vindt, daardoor krijgen we bij de groene vogels een overwegend geel lichaam.  De reductie op het vleugeldek is veel minder en daar zien we meestal dat de eumelaninereductie zich beperkt tot enkele veervelden.  Hierdoor is het vleugeldek bijna volledig groen, met hier en daar een gele vlek.  Door deze kleurverschijning kreeg deze mutatie destijds zijn eerste naam de ’greenwing’.  Net als bij de roseicollis zien we bij deze bontvorm dat de rode psittacine in het masker ook iets reduceert.  Kleur van de poten kan variëren.  Voor zover geweten is er geen verschil tussen enkel- en dubbelfactorige vogels. (top)

Recessief bont  (See picture)
Bij deze vogels krijgen we een bijna complete reductie van het aanwezige eumelanine.  Ook de blauwe stuit is zo goed als verdwenen.  Het enige dat overblijft is een bijna compleet gele vogel met hier en daar enkele groene vlekken, meestal op het vleugeldek.  De poten blijven meestal grijs van kleur, maar er zijn ook voorbeelden gekend waarbij dat de poten ook opbleekten.  Destijds dacht men te doen te hebben met een vorm van gele zwartoog, maar dat is niet zo.  Hier hebben we ook een reductie van het rode psittacine in het masker, met als gevolg een kleiner masker. Deze mutant vereft uiteraard autosomaal recessief.(top)

Mottle - progressief bont  (See picture)
Typisch voor deze bont­vorm is dat de vogels normaal geboren worden, maar dat ze slechts na de grote rui hun bont verenkleed krijgen.  Deze bontvorm vererft multifactorieel.  Meestal hebben deze vogels na een maand of tien enkele bonte veren, na twee jaar is het bontpatroon dan duidelijk verspreidt over het ganse verenkleed.  (top)

De slaty (See picture)
Bij deze vogels hebben we een afwijkende kleur, die in eerst instantie werd omschreven als staalblauw.  Deze vorm vererft dominant en is eigenlijk een mutatie van de vederstructuur.  Bij deze mutant veranderd eigenlijk het kleur van de keratine waaruit de veer is opgebouwd.  Normaal is de keratine “melkachtig” gekleurd, maar bij deze is het eerder compleet doorzichtig geworden. Er valt ook een kleine toename van eumelanine te bespeuren, het resultaat is dat we in de blauwreeks de slaty kleur krijgen. Deze kleur lijkt op de slate kleur welke we kennen bij de grasparkiet.  Daarom werd eerst ook gedacht dat het hier grijs of slate was, maar aangezien het veeronderzoek bewees dat het niet één van die mutanten was, heeft Inte Onsman er de naam slaty op gekleefd.  Deze benaming werd tijdens de algemene interclub vergadering van september 2000 aanvaard.  (top)

Misty  (See picture)
In maart 2002 werd bij mij een halfsider fischeri geboren. Dat was op zich al uitzonderlijk, maar eigenaardig was dat deze vogel half misty, half wildvorm was. Misty is een mutatie die tot dan toe nog niet voorkwam bij de fischeri. Nog eigenaardiger was het feit dat deze vogel geboren werd uit een stam wildvormen waarvan ik tot 1983 de voorouders allemaal zelf gekweekt had en waarbij alle eerdere generaties wildvorm waren. Enkele maanden daarvoor had ik de beslissing genomen om mijn kweekcollectie te verkleinen. Ik besefte heel goed dat deze mutatie veel tijd in beslag zou nemen omdat ik verschillende proefparingen zou moeten opzetten. Daar zou ik verschillende kooien voor moeten gebruiken, daarom besloot ik de vogel (een man) en een pop uit hetzelfde nest aan Harry Bens te geven. Harry had al lang zijn kwaliteiten als mutatiekweker bewezen en nam deze uitdaging aan. De eerste vraag was uiteraard of deze halfsiders wel verder zouden vererven. De tweede vraag was - als die vogel vruchtbaar zou zijn - welke factor hij dan zou vererven. Gelukkig was de vogel wel degelijk vruchtbaar en hij gaf zelfs de mistyfactor door aan zijn nakomelingen. Zo slaagde Harry erin om deze mutatie ook bij de fischeri vast te leggen.Misty is een incomplete dominante mutatie waarbij er een minimale afname is van het eumelanine. Wanneer de vogels EF misty zijn, resulteert dat in een wat doffer ogende vogel die weinig afwijkt van de wildvorm. Bij de DF misty groene vogels neigen de kleuren naar een DD groene vogel en lijken de veren meer olijfgroen gekleurd. Vergelijkt u deze met een vogel met twee donkerfactoren dan is het verschil tussen beide mutanten duidelijk te zien.
(top)

Euwing (See picture)
In 2004 kregen we binnen MUTAVI melding van een mogelijk nieuwe mutatie bij de Agapornis fischeri. Uit de combinatie groen x lutino werd een groen jong met een afwijkende kleur geboren. De vogel was duidelijk veel donkerder op het vleugeldek en de algemene lichaamskleur was ook afwijkend. Opvallend was dat de afscheiding van het vleugeldek en de mantel heel duidelijk was. De mantel (net bovenaan tussen de vleugels) was bleker van kleur waardoor een duidelijke V tekening op de rug zichtbaar was. De kweker, Piet Verhijde uit Zaandam, zelf keurmeester binnen de NBvV, kon er geen verklaring voor vinden en zocht hulp bij een paar andere collega’s. Zo kwam hij bij ons terecht. Onderzoek wees uit dat het een totaal nieuwe mutant is welke incomplete dominant vererft. Er werd geopteerd voor de naam euwing (EUmelanine toename op de vleugels - WING).
(top)

Transmutaties

Alle andere kleuren die we dan hebben bij de fischeri zijn er gekomen door transmutatie.  Zo kwamen de blauwfactor, de donkerfactoren, de violetfactor en waarschijnlijk de pastel van bij de personatus.  De inofactor kwam via de lilianae, naar de personata en vandaar naar de fischeri.  U begrijpt dat, willen we hierbij goede exemplaren kweken, we regelmatig via de wildvorm moeten verparen.(top)

Blauw  (See picture)
Transmutant via de personatus, hier moeten we vooral op de vorm en de kleur van het masker letten.  Donkere aanslag in het masker of een duidelijk witte nekband zijn hier niet toegestaan.  Het achterhoofd moet op de kruin donkergrijs zijn, overgaand naar lichtgrijs op het achterhoofd en de nek.  Net zoals bij de wildvorm is er een verschil in kleur tussen de veren van het vleugeldek en de algemene lichaamsveren.  Het vleugeldek is iets donkerder van kleur, dat heeft te maken met de aanwezige eumelanine in de baardjes van de veren op het vleugeldek.  Het masker mag qua grootte niet afwijken van de wildvorm.  Blauw vererft autosomaal recessief en kan met donkerfactoren gecombineerd worden, bij aanwezigheid van één donkerfactor hebben we een D blauwe vogel, bij aanwezigheid van twee donkerfactoren hebben we een DD blauwe vogel.(top)

Pastel  (See picture) 
Waarschijnlijk origineel ontstaan bij de personatus, al hoewel we hier geen duidelijk bewijs voor hebben.  Bij onze pastels zien we dat er ongeveer maar 50% meer van het zwarte eumelanine zichtbaar blijft in de kern van de baarden.  Daardoor krijgen we uiteraard veel minder absorptie van het daglicht en is de blauwe kleur die gevormd wordt in de sponszône natuurlijk veel lichter van kleur.  Het gevolg is dat er minder blauw licht terug door de cortex  (met daarin het gele psittacine) gestuurd wordt en we daardoor een veel lichter gekleurde vogel krijgen, de pastelvorm.  Zwart wordt grijs en groen wordt vuil geel-groenachtig. De algemene lichaamkleur wordt 'fletser', dus pastel, de slagpennen zijn lichtgrijs en soms zelfs al wit van kleur.  Het ideale is natuurlijk een egale opbleking van 50% waardoor dat we heel lichtgrijze slagpennen krijgen, maar eerlijk gezegd is dat niet zo gemakkelijk te realiseren.   De rode en gele kleuren worden niet aangetast omdat deze niet door melanocyten (pigmentcellen) worden geproduceerd. Met andere woorden, aan de vorm van het masker is er niets gewijzigd en moeten daar alle fischeri kenmerken bewaard blijven. Wij spreken dus altijd van pastel groen of als er donkerfactoren aan te pas komen van pastel D groen of pastel DD groen.  In de blauwreeks van pastel blauw, pastel D blauw en pastel DD blauw.  Het is met andere woorden de pastelvorm van een groene of blauwe vogel.  Soms spreekt men ook nog van pastel geel, maar dat is totaal verkeerd.  Het is immers niet een gele vogel die er 50% eumelanine heeft bij gekregen en daardoor pastel werd.  Neen, het is een groene vogel die pastel werd doordat hij 50% minder eumelanine bezit.  Pastel wit is om die reden ook verkeerd.  Pastel is een multiple allelomorf van het recessieve ino gen.  Combinaties tussen pastel en ino geven daardoor veel blekere pastelvogels.  Deze PastelIino vogels zijn daarom niet geschikt voor tentoonstellingen. Pastel vererft autosomaal recessief(top)

Ino (See picture)
Deze autosomaal recessief verervende ino vorm ontstond bij de lilianae en werd via de personatus naar de fischeri overgebracht.  Ino zorgt voor een volledige reductie van de aanwezige eumelanine.  In combinatie met groene vogels, krijgen we dan een volledig gele vogel met rode ogen.  De kleur van de poten varieert van lichtgrijs naar vleeskleurig.  De voorkeur wordt uiteraard gegeven aan vleeskleurige poten.  De vorm en kleur van het masker blijft ongewijzigd.  Het achterhoofd mag niet te overdreven rood zijn.  De voorkeur dient gegeven te worden aan een gele dwarsstrook op het achterhoofd.  De stuit moet zo wit mogelijk zijn.  In combinatie met vogels uit de groenreeks spreekt men van lutino, bij combinatie met blauwe vogels krijgen we volledig witte vogels met rode ogen en spreken we van albino.(top)

Violet  (See picture)
De violetfactor vererft incomplete dominant en kan enkel of dubbel aanwezig zijn, onafhankelijk van het feit of het nu in de blauw-, groen of pastelreeks is, maar is duidelijk het mooist bij D blauwe vogels (vogels uit de blauwreeks met één donkerfactor). Daarom worden voor tentoonstellingen enkel de D blauwe vogels met één of twee violetfactoren gevraagd.  Deze worden gewoon omschreven als violet. Een blauwe vogel met één violetfactor ziet er uiterlijk net hetzelfde uit als een gewone D blauw.  Een blauwe met twee violetfactoren ziet er uiterlijk net zo uit als een D blauwe met één violetfactor. Bij DD blauwe vogels (blauwe vogels met twee donkerfactoren)  kunnen we ook de violetfactor niet zien en daarom moeten we bij DD blauwe vogels die eventueel een violetfactor kunnen bezitten proefparingen uitvoeren.  Dat doen we het best door hem te koppelen met een blauwe. Bij deze combinatie zijn alle jongen D blauw van kleur. Wanneer de DD blauwe vogel dan enkelfactorig violet is dan zullen ongeveer de helft van de jongen EF violet D blauw zijn.  Is de DD blauwe echter dubbelfactorig violet dan zijn alle jongen EF violet D blauw .  De violet vogel moet ook alle eigenschappen van een blauwe vogel bezitten, behalve dat de blauwe veervelden hier duidelijk violet gekleurd moeten zijn.  Groene vogels met een violetfactor kunnen ideaal zijn als kweekvogels, maar hebben als tentoonstellingsvogels weinig waarde.  (top)  

© Dirk Van den Abeele