Mutaties :

Mutaties zijn een speling van de natuur maar kunnen in hun natuurlijke omgeving meestal niet overleven.  In onze volières krijgen ze de kans te overleven en zich voort te planten. Maar we mogen de mooie wildvorm echter niet verwaarlozen want de populatie in het wild heeft het nu ook moeilijk en de mutaties kunnen niet overleven zonder het regelmatig inbrengen van sterke wildkleur vogels. We spreken pas van een mutatie als bewezen is dat de kleurafwijking erfelijk doorgegeven wordt aan de volgende generatie, indien niet hebben we te maken met een modificatie.

De verschillende mogelijke erfelijkheidsregels zijn de volgende :

Autosomaal dominant 
Autosomaal recessief
Geslachtsgebonden recessief
Geslachtsgebonden dominant 

indien u hier meer info over wilt verwijs ik graag naar de Mutavi - Agapornis Page van Dirk Van den Abeele: http://www.agapornis.be 

De mij bekende kleurafwijkingen bij de swift zijn de volgende :

1.De Faded : 

Faded swift    © Dirk Van den Abeele

Is volgens de literatuur ontstaan in 1982.  Deze mutatie vererft autosomaal recessief.  De vogels worden met rode ogen geboren welke daarna verkleuren naar donkerbruin.  Het contrast tussen de iris en de pupil is op het eerste zicht zo goed als onbestaand, maar wanneer we de vogels dichterbij nemen zien we toch nog een (zij het wel minder) contrast.  De blauwe veren zijn doffer van kleur dan bij de wildvorm.  De groene lichaamskleur is meer groen-geelachtig van kleur, waarbij we de meeste opbleking vaststellen op het voorlichaam.  De nagels zijn lichtgrijs. De slagpennen lijken grijs-bruinachtig, zeker niet het diep zwart dat we zien bij de wildvorm, er is een zekere opbleking.  De rode veren lijken onaangetast.  De mutant wordt pastel, maar ook soms cinnamon of fallow genoemd. 

Het feit dat deze mutatie recessief vererft sloot de benaming cinnamon uit, want cinnamon is een mutatie op het X chromosoom en vererft dus geslachtsgebonden recessief.  Bij fallow zien we dat deze mutatie autosomaal recessief vererft, en dat de vogels steeds hun typische rode ogen behouden.   Na onderzoek van de veren kunnen deze mutant definitief als faded classificeren.  Dit hebben de coupes duidelijk uitgewezen. (De faded is een van die zeldzame mutanten de we ook kennen bij de grasparkieten).  De Faded heeft zowel een kwalitatieve als kwantitatieve minimale reductie van eumelanine in de bevedering waarbij de grootste reductie te zien is in de haakjes en in mindere mate in de baarden t.o.v. de wildvorm. De coupes van deze swift mutant konden binnen MUTAVI vergeleken worden met de coupes van faded grasparkieten.  Ook het feit dat de faded grasparkiet met rode ogen geboren wordt, die na enkele dagen verkleuren naar bruin, de iris bij faded minder zichtbaar is dan bij de wildvorm, de opbleking duidelijk te zien is op het voorlichaam bevestigen dat alles. Deze mutant kan we dus definitief als faded classificeren. 
© Dirk Van den Abeele

2. De Misty : 

Misty swift     © Dirk Van den Abeele

Deze mutatie ontstond enkele jaren geleden ergens in de Benelux en vererft incomplete-dominant.  Deze mutatie werd veelal olijfgroen genoemd.  En inderdaad op het eerste zich zou men hier denken met een olijfgroene vogel te maken te hebben.  De algemene lichaamskleur is 'olijfachtig' gekleurd, maar als we zorgvuldig kijken dan zien we, in tegenstelling tot de wildvorm, de blauwe veervelden niet muteren naar mauve, maar eerder wat doffer kobalt van kleur zijn.   We weten dat olijfgroen staat voor een lichtgroene vogel met twee donkerfactoren.  Deze donkerfactoren zorgen er voor dat de sponszone in de veer wat smaller wordt en daardoor wordt het groen donkerder van kleur en krijgen we de tinten donkergroen en olijfgroen (1 of 2 donkerfactoren).  Bij blauwe veren geeft dat hemelsblauw zonder donkerfactor, kobalt (1 donkerfactor) en mauve (2 donkerfactoren).  Door het feit dat er hier geen duidelijk herkenbare tussenvorm is (donkergroen) en dat de blauwe veervelden eerder wat doffer van kleur zijn en niet veranderen naar mauve, konden we de aanwezigheid van twee donkerfactoren uitsluiten en was dus ook de benaming olijfgroen foutief.

Ook de benaming grijsgroen werd ook voor deze vogel gebruikt.  Dominant grijs is een mutatie die er voor zorgt dat er geen sponszone ontstaat en ook geen duidelijke vacuoles.  Daardoor wordt bij vogels zonder gele psittacine in de cortex (lees vogels uit de blauwreeks), de uiterlijke kleur grijs gevormd.  Wanneer dat gecombineerd wordt met nog geel psittacine in de cortex (lees bij vogels uit de groenreeks), dan krijgen we de grijsgroene vogels.  Dit zou een verklaring kunnen zijn, maar als we de blauwe veervelden bekijken bij deze mutant, dan zouden deze grijs moeten worden.  Dit is hier niet het geval!!! Met andere woorden, het was ook geen grijsfactor.

Wat is het dan wel, de gelijkenis met de misty nigrigenis was reeds opgevallen.  En het vermoeden werd bevestigd door het vederonderzoek.  Bij de misty is de eumelanine in de cortex sterk gereduceerd, niet in de medulla. Het "misty" effect wordt dus blijkbaar bereikt door een vermindering van eumelanine in de cortex van die veervelden waar eumelanine in de cortex bij de wildvorm wel uitdrukkelijk gevonden wordt. De pigmentatie van de medulla is wat "wolliger" dan bij de wildvorm. Ook lijkt het erop dat de haakjes minder goed ontwikkeld en gepigmenteerd zijn dan bij de wildvorm hetgeen past in het effect van een dominante mutatie. Hiermee bedoel ik dat dominante mutaties vaak een structureel defect tonen en recessieve mutaties ingrijpen in chemische of hormonale processen. Ik wil er in dit verband op wijzen dat niet alleen microscopisch maar ook aanvullend macroscopisch onderzoek wenselijk is om de fenotypische effecten beter te kunnen beoordelen. 

Deze dominante factor kenden we enkel bij de Agapornis nigrigenis en is sinds kort ontdekt bij de halsband parkieten [Psittacule krameri]. Dat geeft ons ook deze mat, eigenlijk dof opgebleekte vogels.  Bij deze misty mutatie zien we dat de enkelfactorig vogels slechts heel weinig afwijken van de wildvorm, het verschil is eerder miniem. Het verschil is bij de DF (dubbelfactorige) vogels beter te zien.  Dus de misty swift is een feit.
© Dirk Van den Abeele

3. De roodbuik : 

'roodbuik' swift   © Dirk Van den Abeele

Zowel in het wild als in de volières komen regelmatig swiften voor met enkele rode veren op de buik en borst, meestal mannen. Door selectie van de meest rode kan gekomen worden tot vogels met een volledige rode buik. De vogels zijn pas na de eerste volledige rui op kleur en worden later soms nog wat roder. De poppen zijn doorgaans minder rood. Roodbuiken zijn nog zeer zeldzaam en het zal vele jaren van selectie vragen om tot een mooie stam roodbuiken te komen.  Samenwerking met verschillende liefhebbers zal nodig zijn want alleen kom je al vlug in inteelt terecht. Als je vers bloed in je stam wil brengen, moet je dit kunnen doen uit een andere stam roodbuiken. Toch zal je ook moeten blijven uitkijken naar vogels uit niet roodbuikkweek die toevallig enkele rode veren hebben om nu eens totaal onverwante vogels te kunnen inkweken. Indien je vogels in je stam brengt die geen enkele rode veer hebben op buik en borst verlies je teveel rood bij de jongen.

4. De 'pastel blauwe'

In Denemarken is in 1994 door Leif Jorgensen een mutatie gekweekt die pastel blauw werd genoemd. Ze viel niet echt in de smaak bij de kwekers en schijnt terug verdwenen te zijn. Laten we hier opmerken dat blauw een psittacine mutant is en dus de naam pastel niet van toepassing kan zijn.  Pastel staat immers voor een eumelanine reductie.

5. De rode swift : 

Het tijdschrift “Australian Birdkeeper” van april 1997  meldt de waarneming in de natuur op Tasmanië door Bev Sharman in  1994 van een volledig rode swift (behalve het gele masker en geel op de vleugelbocht) In 2001 verneem ik van een Zwitserse kweker dat hij vorig jaar in een nest van 5 jongen, 2 jongen vond die op de vleugels kompleet bordeaux rood  waren en van borst tot staart bordeaux rood gevlekt. Eén  jaar later na de rui werden de vogels terug gewoon  wildkleur. Een mogelijke oorzaak hiervan is een stoornis in de lever

6. Geel dons

jong met geel nestdons    © G.Ebben

Normaal is een swift bij de geboorte bedekt met witte dons. In 1998 zag ik voor het eerst één met gele dons, later verneem ik dat hij gewoon wildkleur geworden is, dus waarschijnlijk hadden we hier ook te maken met een modificatie..

Heeft u kennis van andere verschijningsvormen of mutanten bij de swiften, dan ontvang ik graag meer info over deze vormen. Zo kan ik mijn informatie kompleet maken en eventueel, via MUTAVI, helpen bij het bepalen van een correcte benaming. Het is belangrijk om direct bij het ontstaan de juiste kleurbenaming te geven aan een mutatie. Want indien later een nieuwe ontstaat waarvan de juiste naam reeds verkeerd gebruikt wordt voor een bestaande krijgen we helemaal verwarring. Nog veel te veel worden door de liefhebbers verkeerde namen op mutanten gekleefd, omdat ze denken dat het zo wel iets zal zijn.  Men mag niet vergeten dat het uiterlijke van de vogels ons soms op een verkeerd been kan zetten.  Het lijkt er min of meer op of in het slechtste geval kleeft men een naam op een mutatie omdat men die zelf leuk vindt.  Dat is uiteraard volledig verkeerd.  Men mag niet vergeten dat voor benamingen internationale regels en afspraken dienen gevolgd te worden. Verder is het belangrijk dat voor eenzelfde mutatie een zelfde naam dient gebruikt te worden.  Daar dienen op basis van de vederstructuren en het genotype deze namen te worden bepaald.  Zomaar lukraak nieuwe mooi klinkende namen verzinnen heeft ook geen zin. Bij de verschillende vogelsoorten gebeuren er bij mutaties identieke veranderingen in de veren dus moeten wij dezelfde benamingen gebruiken bij eenzelfde verandering. Wat evenwel niet uitsluit dat we soms wel een totaal ander effect krijgen bij sommige soorten omdat hun basis kleuren verschillen  (bv. bij de valkparkieten en de kakatoe’s)

© Geert Vankeirsbilck